Winnende partij moet € 36.120,85 proceskosten betalen

Rechtbank Amsterdam heeft op 23 april 2014 bepaald dat in een civiele procedure de winnende partij alle proceskosten moet betalen van de partij die in het ongelijk was gesteld. Betrokkene had een motorjacht gekocht bedoeld voor zakelijke uitjes en bedoeld om er snel mee te varen. Na de aankoop werd geconstateerd dat de boot scheef hing en zwaar en moeilijk stuurde bij topsnelheid. Hij startte een procedure tegen de verkoper waarin hij € 302.769,-- (exclusief BTW) vorderde ter zake van 'gederfd vaargenot'.

Deskundigenrapporten

Er waren in de procedure deskundigenrapporten uitgebracht over de oorzaak van het gebrek. Pas uit de laatste twee rapporten was gebleken dat het scheefhangen werd veroorzaakt door een gebrek aan de boot, dat door de verkoper simpel te herstellen was.

Schadevergoeding

De rechtbank oordeelde dat  de vordering tot schadevergoeding  als gevolg van verminderd vaargenot onvoldoende was onderbouwd. Die vordering werd dan ook afgewezen. Daarmee verloor hij de zaak.

Proceskosten

Vervolgens moest de rechtbank beoordelen wie er in de kosten van de procedure, dus ook de deskundigen, werd veroordeeld. De koper had gevorderd dat de verkoper integraal in de proceskosten zal worden veroordeeld, nu er 6 jaar procederen voor nodig is geweest om het gebrek te doen vaststellen en de opheffing van het geconstateerde gebrek ‘buitengewoon simpel’ blijkt te zijn geweest.

Omdat de verkoper deskundige was op dit gebied, en niet eigenhandig met een dergelijke oplossing was gekomen, was het volgens de rechtbank aan de verkoper  te wijten dat het zo lang heeft geduurd voordat het probleem was opgelost. In het licht hiervan achtte de rechtbank het redelijk om de verkoper  in de proceskosten, inclusief de kosten van de 3 deskundigenrapporten, te veroordelen. Totaal was dit € 36.120,85.

Conclusie

In civiele rechtszaken wordt meestal de verliezende partij veroordeeld om de kosten van de winnende partij te betalen (art. 237 Wetboek van Rechtsvordering). In artikel 7:304 lid 3 BW is bepaald dat de kosten van de deskundige(n) ook proceskosten zijn als bedoeld in artikel 237 Rv.

In het geval van ‘nodeloos aangewende of veroorzaakte kosten’ kan de rechter echter van deze regel afwijken en deze voor rekening laten komen van de partij die hiervoor verantwoordelijk is (Hoge Raad 3 april 1998, NJ 1998, 571).

Dat een verliezende partij op deze manier toch een kostenveroordeling kan innen, komt niet vaak voor. Toch kan het zin hebben om daar in een procedure op aan te dringen, zoals uit bovenstaande uitspraak blijkt.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.