Voorlopig getuigenverhoor bij ontslag toegestaan

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 juni 2013 ‘bij hoge uitzondering’ toegestaan dat, voorafgaand aan de behandeling van het verzoek om een arbeidsovereenkomst te ontbinden, een voorlopig getuigenverhoor wordt gehouden.

De werknemer wenste bewijs te kunnen leveren tegen hetgeen de werkgever in het verzoekschrift had gesteld. Schriftelijk bewijs was volgens hem niet of nauwelijks voorhanden en de personen die ten behoeve van hem zouden kunnen verklaren, zijn werkzaam bij de werkgever. Hun schriftelijke verklaringen zou deze werknemers in een moeilijke positie (kunnen) brengen.

Om die reden verzocht de werknemer om een voorlopig getuigenverhoor. Daarin zou alleen zijn supervisor onder ede worden gehoord. Die zou over een vijftal onderwerpen kunnen verklaren. Ter zitting heeft de werknemer expliciet afgezien van het nog verder “onder ede” horen van getuigen. De werkgever zag op voorhand af van contra-enquête.

Spoedprocedure

De kantonrechter overwoog allereerst dat in ontbindingszaken de gebruikelijke bewijsrechtelijke voorschriften niet gelden:

‘Een procedure betreffende ontbinding van een arbeidsovereenkomst (ex artikel 7:685 BW) is naar haar aard spoedeisend en de kantonrechter beslist daarin zonder aan de wettelijke bewijsregels gebonden te zijn. De aard van die procedure verzet zich naar het oordeel van de kantonrechter tegen overeenkomstige toepassing van artikel 186 Rv. Ook uit de vaste rechtspraak volgt dat de aard van een ontbindingszaak zich verzet tegen overeenkomstig van toepassing verklaren van onder meer dit artikel. Zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 29 september 2000, gepubliceerd in NJ 2001/302. Met de laatste wetswijziging (nr. 26855) van artikel 186 Rv in werking getreden 01-01-2002 heeft de wetgever kennelijk ook niet beoogd af te wijken van deze vaste rechtspraak. In de Memorie van Toelichting bij die wijziging is op dit punt het volgende opgemerkt (TK 1999-2000, 26855, nr. 3, blz. 157 e.v.): “Maar ook de spoedeisendheid van een zaak kan aan de toepassing van de bewijsrechtelijke voorschriften in de weg staan. Hierbij kan met name worden gedacht aan conservatoire maatregelen, spoedeisende artikel 7:685 BW-procedures en voorlopige voorzieningen.” De wetgever heeft dus voor ontbindingszaken geen andere lijn voor ogen staan dan in vaste rechtspraak is vastgelegd’.

Omdat partijen echter ‘expliciet’ hadden verklaard, dat bij het -te bepalen- voorlopig getuigenverhoor maar één getuige zal worden voorgedragen, heeft de kantonrechter dit voorlopig getuigenverhoor ‘bij hoge uitzondering’ toegestaan.

Vragen

Deze uitspraak roept vragen op. Een voorlopig getuigenverhoor is in ontslagprocedures soms de enige manier voor een werknemer om zijn stellingen (bijvoorbeeld over goed functioneren) te bewijzen. Bijkomend probleem is dat hoger beroep in de ontbindingsprocedure is uitgesloten, zodat er maar één mogelijkheid is om dat bewijs te vergaren. Niet elke ontbindingszaak is even spoedeisend.

Anders: kantonrechter Utrecht

Een voorlopig getuigenverhoor dient er voor om opheldering te krijgen over van belang zijnde feiten Zo is iedere belanghebbende bevoegd om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken, tenzij hij misbruik maakt van zijn bevoegdheid of met zijn verzoek in strijd handelt met de goede procesorde. Veelal vindt een voorlopig getuigenverhoor plaats vóór het begin van een procedure, maar het kan volgens de wet ook plaatsvinden tijdens een aanhangige procedure. De Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters laten de mogelijkheid tot het horen van getuigen open (toelichting Aanbeveling 1.1). Ook het feit dat een procedure spoedeisend is, betekent niet zonder meer dat er geen plaats zou kunnen zijn voor een voorlopig getuigenverhoor, zie ook Ktr. Utrecht 19 juli 2012, LJN BX3475 in een ontbindingszaak:

‘De kantonrechter merkt hierbij op dat [verweerder] inmiddels ook het initiatief heeft genomen te trachten op korte termijn duidelijkheid te verkrijgen over hetgeen is voorgevallen, en wel door het indienen van bovengenoemd verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, welk verzoek bij beschikking van heden wordt toegewezen’.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.