Vliegschool mag leerling op drugs controleren

Rechtbank Zutphen heeft op 16 april 2013 in kort geding bepaald dat een vliegschool een leerling die in opleiding is voor piloot (opleiding verkeersvlieger integrated) op ongeregelde momenten (doch niet buiten kantooruren) mag testen op het gebruik van alcohol en andere psychotrope middelen.

De leerling-piloot was positief getest op THC in zijn urine. Als gevolg daarvan was hij geschorst en wilde de vliegschool hem alleen onder strenge voorwaarden weer tot de opleiding toelaten. De vordering van de vliegschool tot periodieke testen werd toegewezen,  maar de vliegschool moest ook de opleiding met de piloot zonder de andere voorwaarden voortzetten.

Geen absoluut verbod

De rechter in kort geding overwoog dat in de studiegids alleen de bepaling was opgenomen dat ‘het gebruik van (soft)drugs binnen de opleidingstijd verboden is’. Daardoor was (nog) geen sprake van een absoluut verbod tot gebruik van (soft)drugs ook buiten de opleidingstijd. Niet aannemelijk was geworden dat de leerling die dag als crew member had gewerkt en kon men niet enkel op basis van de uitslag van de urinetest tot schorsing overgaan.

Belangenafweging

De leerling had nog een half jaar nodig om zijn opleiding af te ronden en is een forse lening met de bank aangegaan om zijn opleiding te kunnen financieren. Het lesgeld zou hij bij voortijdig afbreken van de opleiding verschuldigd worden aan de vliegschool. Gelet op zijn grote belang bij het kunnen hervatten van zijn opleiding dient hij weer toegelaten te worden tot de opleiding.

Proportioneel

Daarbij had hij zich echter wel op zodanige wijze gedragen dat de school het vertrouwen in hem is kwijt geraakt:
‘Nu het hierbij gaat om een functie waarbij een grote mate van maatschappelijk verantwoordelijkheid komt kijken en niet alleen [eiser] eigen veiligheid, de veiligheid van de toekomstige luchtvaartpassagiers maar ook de veiligheid van de medewerkers van [bedrijf] in het geding zijn bestaat aanleiding [eiser] gedurende het vervolg van zijn opleiding te blijven controleren in de vorm van periodiek testen. Periodiek testen staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van de overtreding van de gedragsregels door [eiser]’.

Uit deze uitspraak blijkt dat inbreuken op de persoonlijke levenssfeer toelaatbaar kunnen zijn als deze, gezien alle belangen, proportioneel zijn.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.