Vaststellingsovereenkomst vernietigd wegens misbruik van omstandigheden

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest d.d. 23 juli 2013 bevestigd dat een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot het einde van de arbeidsovereenkomst op goede gronden door een werknemer kan worden vernietigd wegens misbruik van omstandigheden.

Misbruik van omstandigheden

De werkgever had de werknemer voorgehouden dat zij op staande voet kon worden ontslaan en maar beter een beëindigingsovereenkomst kon tekenen.

Afhankelijke positie

Het Hof vond van belang dat de werkneemster zich in een van haar werkgeefster afhankelijke positie bevond. De werkgever had haar voorgehouden dat er door haar afwezigheid een dringende (ontslag)reden zou bestaan op grond waarvan de arbeidsovereenkomst met haar met onmiddellijke ingang kon worden beëindigd. Echter de werkgever behoorde te weten dat het verwijt niet zo ernstig was en dat een ontslag op staande voet waarschijnlijk geen stand zou houden:

‘Niettemin heeft de werkgever van haar overwichtspositie gebruik gemaakt om de werknemer, onder het doen van onjuiste mededelingen ten aanzien van haar rechtspositie, ertoe te bewegen de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen, terwijl zij de werknemer hiervan juist had behoren te weerhouden. Aldus heeft de werkgever misbruik gemaakt van de afhankelijke positie waarin de werknemer verkeerde’.

Verwijt

Het hof stelde vast dat de werknemer voorafgaand aan het gesprek nog niet bekend was met het verwijt dat de werkgever haar maakte (dat zij niet op het werk aanwezig was, maar dat zij deze uren wel heeft geregistreerd).

Kennis arbeidsrecht

Ook het feit dat de werknemer zich na het eerste gesprek heeft doen vergezellen van haar partner (een zelfstandig ondernemer), en dat de werknemer bij die gelegenheid een aanpassing in de conceptovereenkomst heeft bedongen met betrekking tot het opgenomen maandsalaris, doet niet af aan het oordeel van het hof dat ‘de werkgever de werknemer ertoe heeft gezet de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen door misbruik te maken van de omstandigheid dat de werknemer in een van haar afhankelijke positie verkeerde en erop vertrouwde – en ook mocht vertrouwen – dat de werkgever haar juist informeerde over haar rechtspositie’.

Immers, niet was gebleken dat de werknemer of haar partner kundig of ervaren was op het gebied van het arbeidsrecht.

Bedenktijd en juridisch advies

Ook de bedenktijd die de werkgever de werknemer heeft gegund voorafgaand aan het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst om juridisch advies in te kunnen winnen veranderde daar niets aan. De periode tussen vrijdag aan het eind van de middag en maandagmorgen was tekort om zich van adequate juridische bijstand te voorzien. Dat de werknemer de vaststellingsovereenkomst niet direct, maar na pas na het weekeinde heeft ondertekend, betekent niet dat de werkgever ervan uit mocht gaan dat de werknemer bekend was met haar rechtspositie en zich bewust was van de consequenties die er verbonden waren aan het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst.

Deze uitspraak is in lijn met Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch dat oordeelde dat een werknemer niet gehouden is aan een vaststellingsovereenkomst (beëindigingsovereenkomst) als niet uitdrukkelijk de mogelijkheid wordt geboden tot overdenking en vooral het in alle rust inwinnen van onafhankelijk juridisch advies.

Het laten tekenen van een beëindigingsovereenkomst zonder de werknemer te doen voorlichten door een arbeidsjurist, is voor een werkgever dus niet zonder risico.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.