Toekenning eenhoofdig gezag over kind ondanks niet voldoen aan het ‘klem-criterium’

De rechtbank Amsterdam heeft in een recente uitspraak van 3 september 2013 een verzoek tot toekenning van eenhoofdig gezag toegewezen, ondanks het feit niet voldaan werd aan het criterium dat er sprake moet zijn van een onaanvaardbaar risico dat de minderjarige bij voortzetting van het gezamenlijk gezag klem of verloren zal raken.

In deze zaak ging het om het verzoek van een Turkse moeder om toekenning van het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kinderen na de echtscheiding. Partijen waren al jaren gescheiden en hadden beide de Nederlandse én de Turkse nationaliteit. De kinderen hebben hierdoor ook automatisch de Turkse nationaliteit.

De vader van de kinderen was na de echtscheiding helemaal uit het beeld verdwenen. Volgens Het Burgerlijk Wetboek wordt het ouderlijk gezag van de ouder die uit het leven van de kinderen is verdwenen, van rechtswege geschorst. Dit brengt met zich mee dat de andere ouder de facto het eenhoofdig gezag over de kinderen heeft. Deze kan dus, indien de ambtenaar van de lokale overheid meewerkt uiteraard, bijvoorbeeld zelfstandig een paspoort voor de kinderen aanvragen bij de gemeente, zonder dat de andere ouder daarvoor toestemming heeft gegeven.

Een besluit van de rechtbank over het eenhoofdig over de kinderen is dan niet noodzakelijk en een verzoek daartoe zal in de regel afgewezen worden. De rechter zal in zijn beslissing dan wel een overweging opnemen over het feit dat het ouderlijk gezag van de andere ouder van rechtswege is geschorst, zodat deze ouder dat kan laten zien aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand wanneer zij bijvoorbeeld een paspoort wil aanvragen voor de kinderen.

Omdat er echter ook kinderen zijn in Nederland met meerdere nationaliteiten, zoals in casu deze Turkse kinderen, zal de verzorgende ouder wiens ex-echtgenoot uit het beeld verdwenen is, moeilijk kunnen uitleggen aan de Turkse ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Turkije of aan het Turks Consulaat, dat het ouderlijk gezag van de andere ouder van rechtswege geschorst is. Dit vraagt bovendien om interpretatie van de Nederlandse wet door een ambtenaar van de burgerlijke stand in het buitenland: vanaf wanneer kan aangenomen worden dat het ouderlijk gezag geschorst is?

Dit besef deed de Rechtbank Amsterdam om in deze zaak, waar niet werd voldaan aan het criterium van het Burgerlijk Wetboek voor eenhoofdig gezag:

‘als voortzetting van het gezamenlijke gezag een onaanvaardbaar risico inhoudt dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zal optreden.

toch besluiten om de vrouw het eenhoofdig gezag te geven, omdat ook de regel dat het ouderlijk gezag van de andere ouder van rechtswege geschorst was, deze moeder waarschijnlijk geen soelaas zou bieden bij autoriteiten van een ander land.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.