Rechter verplicht KLM tot onderzoek naar cockpitstoffen

Rechtbank Amsterdam heeft in kort geding op 18 september 2013 op vordering van een piloot bepaald dat de KLM een onderzoek moet verrichten naar de aanwezigheid van giftige stoffen in de cockpit- en cabinelucht van haar vliegtuigen.

TCP’s

De gezagvoerder had zich vanaf 2000 voor langere periodes ziek gemeld. De kledingstukken die hij tijdens KLM-vluchten aanhad, zijn door een Duits laboratorium onderzocht op de aanwezigheid van de stof TriCresylPhosphate (TCP). Ook had hij zijn bloed en urine op de aanwezigheid van TCP laten onderzoeken. Op basis van de uitkomsten weigerde hij zijn werk te hervatten. KLM meende dat geen causaal verband bestaat tussen de medische klachten en het vliegen c.q. de lucht aan boord.

UWV

Het UWV heeft in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter, de re-integratie inspanningen van KLM beoordeeld. De arbeidsdeskundige merkte op:

Doordat er geen adequaat onderzoek is verricht naar het eigen werk is niet vast komen te staan dat werknemer geschikt dan wel ongeschikt is voor het eigen werk. De mogelijkheden om duurzaam in het eigen werk te kunnen functioneren zijn niet adequaat onderzocht door de werkgever. De re-integratie inspanningen zijn op dit punt onvoldoende.

De KLM had wegens ongeoorloofd verzuim de loonbetaling gestaakt.

De voorzieningenrechter overwoog:

‘Weliswaar heeft hij aangetoond dat zich in de lucht van de cockpit TCP’s bevinden (wat in dit geding door KLM ook niet wordt betwist), maar hij heeft niet kunnen onderbouwen dat de concentratie daarvan zo hoog is dat zijn klachten door blootstelling aan TCP’s worden veroorzaakt’. Die diagnoses sluiten volgens de rechter echter blootstelling aan TCP’s als achterliggende oorzaak ook niet uit omdat concentratiestoornissen, evenwichtsstoornissen en migraine, zouden kunnen passen bij een blootstelling aan een neurotoxische stof en de dat de klachten telkens verdwenen nadat de piloot gestopt was met vliegen.

Op basis daarvan meende de voorzieningenrechter dat van KLM kan worden gevergd dat zij onderzoek doet naar de aanwezigheid van giftige stoffen in cabinelucht van de verschillende KLM-toestellen.

Loon

Verder oordeelde de rechter dat er voor de piloot geen goede grond was om tijdens het onderzoek te weigeren de bedongen arbeid te verrichten. Daardoor bestaat er voor KLM dan ook geen verplichting om het loon door te betalen indien hij weigert de bedongen arbeid te verrichten.

Goed werkgeverschap

Voor het oordeel dat de KLM een onderzoek naar de aanwezigheid van giftige stoffen in de cockpit- en cabinelucht van haar vliegtuigen moest laten verrichten, greep de rechter terug naar artikel 7:658, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), dat een werkgever de plicht oplegt om lokalen, werktuigen en gereedschappen waarmee zij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.

Zorgplicht

Onder deze zorgplicht wordt ‘mede verstaan de verplichtingen die de werkgever heeft krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en andere publiekrechtelijke regelingen ter zake van arbeidsomstandigheden’.

Het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalt onder meer dat waar werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, de werkgever zorgt voor een doeltreffende bescherming van de gezondheid en veiligheid van de werknemer. Omdat gebleken was dat het airconditioningsysteem van de vliegtuigen gebruik maakt van lucht die uit de motor van het vliegtuig wordt afgetapt en dat als gevolg daarvan schadelijke stoffen zoals TCP’s in de cockpit en de cabine van de desbetreffende vliegtuigen komen, kon niet worden uitgesloten dat de aanwezigheid van die stoffen in de cabine tot gezondheidsklachten leidt.

‘Het gaat hier immers om in beginsel schadelijke stoffen, waarvan [eiser] stelt dat hij die stoffen als gevolg van zijn genetisch profiel minder snel afbreekt en daarvoor daarom een verhoogde gevoeligheid heeft’.

Nu niet in geschil is dat de piloot in de werkomgeving aan die gevaarlijke stoffen wordt of kan worden blootgesteld, rust op KLM als goed werkgever de verplichting om tenminste te onderzoeken wat het blootstellingsniveau is; ‘KLM zal derhalve zelf het blootstellingniveau in haar eigen vliegtuigen dienen vast te stellen.

Onderzoek

Aldus werd de KLM verplicht om binnen een maand na betekening van het vonnis een onderzoek in te stellen met een looptijd van maximaal zes weken, waarvan vier weken voor feitelijk onderzoek en twee weken voor het opstellen van het rapport, op te stellen door een onafhankelijk en objectief bureau dat over voldoende expertise beschikt. De piloot dient de gelegenheid te krijgen om commentaar te geven op de vraagstelling, de onderzoeksopzet en op de voorgenomen keuze van een onderzoeker c.q. onderzoeksinstituut, en zal de gelegenheid moeten krijgen zelf met de onderzoeker van gedachten te wisselen en desgewenst bij het onderzoek aanwezig te zijn.

Ook werd van KLM als goed werkgever worden verwacht dat zij meewerkt aan een onderzoek naar de wijze waarop de piloot  op de in het onderzoek geconstateerde niveaus TCP’s reageert: ‘Hierbij kan dan ook worden onderzocht of en in hoeverre bij [eiser] sprake is van een bijzondere gevoeligheid in die zin dat hij TCP’s langzamer afbreekt dan de gemiddelde mens’.

Conclusie

Het tv-programa Zembla meldde drie jaar geleden al dat door olielekkage in de motor passagiers en bemanning van vliegtuigen gifstoffen kunnen inademen. Kamerleden reageerden destijds geschrokken, maar volgens toenmalig minister van Verkeer Camiel Eurlings (CDA) was er geen reden tot zorg. Of dat na het onderzoek ook nog zo is, zal binnenkort blijken.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.