Rechter mag incassokosten niet toetsen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 september 2013 bepaald dat incassokosten ook zijn verschuldigd als er behalve de aanmaning geen verdere incassowerkzaamheden zijn verricht. Het betrof een huurachterstand van een particulier. In eerste instantie had de kantonrechter de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten afgewezen, omdat niet was gebleken dat ná het versturen van de aanmaning nog buitengerechtelijke incassowerkzaamheden waren verricht. In hoger beroep kwam het Hof tot een ander oordeel.

Wet Normering buitengerechtelijke incassokosten

Sinds de invoering van wet Normering buitengerechtelijke incassokosten op 13 maart 2012 is volgens artikel 6:96 BW lid 6 een consument (een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd als deze consument vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen. Dit wordt wel de “veertiendagenbrief” genoemd, waarin de volgens de wet vastgestelde incassokosten aan de consument worden aangezegd.

Rechterlijke toetsing

Het Hof overwoog dat de omvang van deze incassokosten ‘allerminst is te verwaarlozen’: € 641,– inclusief omzetbelasting, bij een hoofdsom van € 4.047,46, terwijl het opstellen van een veertiendagenbrief meestal weinig om het lijf heeft. ‘De in het verbintenissenrecht zozeer gangbare proportionaliteit pleit dus voor tenminste enige rechterlijke toetsing van de omvang van de daadwerkelijk door of in opdracht van een schuldeiser verrichte incassowerkzaamheden’.

Niettemin oordeelde het Hof dat er in de nieuwe incassowet voor rechterlijke toetsing geen plaats is:

‘Er zijn echter ook overwegingen die tégen de opvatting van de kantonrechter pleiten’.

Wetsgeschiedenis

Daarvoor beriep het Hof zich op de wetsgeschiedenis. Deze bevat volgens het Hof geen duidelijk aanknopingspunt voor een vereiste van een extra incassohandeling naast de veertiendagenbrief. Dit is immers een aanmaning nadat het verzuim van de consument-schuldenaar al is ingetreden. De strekking van het wetsvoorstel is volgens het Hof mede geweest om aan alle betrokkenen (schuldenaren, schuldeisers en incassogemachtigden) duidelijkheid te verschaffen over de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten. Dat vraagt om een eenvoudig en eenduidig stelsel. Als er naast de voorwaarde van de veertiendagenbrief ook door de rechter nadere eisen kunnen worden gesteld aan de omvang van de incassowerkszaamheden, dan doet dat afbreuk aan de strekking van het wetsvoorstel. De wetgever heeft op grond van overwegingen van rechtszekerheid ervoor heeft gekozen om daarvan af te zien. ‘Die keuze heeft de rechtspraak te respecteren’, aldus het Hof. Het Hof heeft de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten in hoger beroep alsnog toegewezen.

Conclusie

Met deze uitspraak staat vast dat een consument die te laat is met het betalen van een factuur en ook niet tijdig voldoet aan een aanmaning om binnen 14 dagen alsnog te betalen, verplicht is om de in die (ene) brief op basis van de wet vastgestelde incassokosten te voldoen, ook al zijn er behalve het versturen van één brief verder geen incassowerkzaamheden verricht door of namens de crediteur. De rechter mag deze kosten volgens het Hof niet afwijzen of beperken met de redenering dat er geen incassowerkzaamheden van enige omvang zijn verricht.

Deze kosten kunnen behoorlijk oplopen. Om welke kosten het gaat kunt u o.a. uitrekenen op deze link: http://www.incassokostenberekenen.nl/.

Hoewel de wetgever aangeeft dat het wetsvoorstel bedoeld was om consumenten te beschermen tegen hoge incassokosten, wordt de consument met deze wet tegelijkertijd het recht uit handen genomen om de hoogte van de volgens de wet in rekening gebrachte incassokosten te laten toetsen door de rechter. Vooral incassobureaus zullen profijt hebben van deze uitspraak. Zij kunnen het nu, als er tenminste één aanmaning is verstuurd, zonder veel risico laten aankomen op een procedure tot veroordeling van de incassokosten. Uit de uitgebreide motivering en toon van de uitspraak blijkt weliswaar dat het Hof grote bezwaren heeft tegen dit gevolg van de wet Normering buitengerechtelijke incassokosten, maar het Hof moet de uitleg van de wet respecteren.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.