Niet verschijnen op zitting kantonrechter heeft consequenties

Rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 oktober 2013 bepaald dat het niet-verschijnen op zitting (ter comparitie), zonder bericht daarover aan kantonrechter, kan leiden tot ongegrondverklaring van het eerder in de procedure gevoerde verweer.

Het betrof een transportopdracht waarbij de vraag was of de werkzaamheden die waren verricht, moesten worden betaald. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat de bestelde zaken (onderstammen) te laat op het afleveradres waren afgeleverd waarna hij had verzocht die onderstammen weer op te halen. Omdat men deze onderstammen niet kwam ophalen, zijn deze vernietigd.

Comparitie

Gedaagde was echter, hoewel door de rechtbank opgeroepen, niet ter zitting (comparitie) verschenen en had daarom niet gereageerd op hetgeen tijdens die zitting door eiseres met behulp van stukken naar voren was gebracht.

De rechtbank overwoog dat het eerder gevoerde verweer van gedaagde met deze stukken niet te rijmen was en vragen opriep:

‘Gelet op deze e-mails lag het op de weg van [gedaagde] om ter zitting zijn verweer nader uit te werken. [gedaagde] heeft evenwel, zonder nader bericht aan de kantonrechter, nagelaten ter zitting te verschijnen. Hij heeft hierdoor geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om tijdens de zitting zijn verweer nader uit te werken. Mede gelet op de nadere onderbouwing met de e-mails door [eiseres], is de conclusie daarom dat [gedaagde] zijn verweer onvoldoende heeft gemotiveerd’.

Conclusie

Art. 88 lid 4 Rv. biedt de rechter de bevoegdheid om uit een niet-verschijnen ter comparitie ‘de gevolgtrekking te maken die hij geraden acht’. De Hoge Raad heeft op 9 juni 2006 voorgeschreven dat uit het wegblijven ter zitting niet zonder meer mag worden geconcludeerd iemand dan ook zijn verweer heeft prijsgegeven. Als dat wel zo is, moet dat goed worden gemotiveerd door de rechter.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.