Medewerkers geldvervoerder niet aansprakelijk voor tekort van € 15.000,-

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 8 januari 2013 bepaald dat 2 medewerkers van een geldvervoerder niet aansprakelijk zijn voor een tekort van € 15.000,- in een geldautomaat.

G4S had gesteld dat de werknemers aansprakelijk waren vanwege het niet in acht nemen van het “vier-ogen principe”.

Artikel 7:661 lid 1 BW

In artikel 7:661 lid 1 BW is bepaald dat de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever daarvoor niet aansprakelijk is, tenzij sprake is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Daarbij geldt volgens de Hoge Raad ‘het ervaringsfeit dat de dagelijkse omgang hem er licht toe zal brengen niet alle voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van schadetoebrengende voorvallen geraden is (vgl. Hoge Raad 14 oktober 2005, LJN AU2235 en Hoge Raad 1 februari 2008, LJN BB6175).

Regels werkgever

Iedere medewerker van G4S krijgt een basisopleiding, waarin onder meer wordt gewezen op het (ook in de arbeidsovereenkomst neergelegde) vier-ogen principe (een collega moet altijd zien wat de andere collega doet). De werknemers hadden echter aangevoerd het “vier-ogen principe” en de “dubbele telling” in de praktijk niet of nauwelijks werd nageleefd en dat G4S aan het vullen van een geldautomaat een voor de praktijk te korte tijd heeft voorgeschreven.

Naleving Regels

Het Hof oordeelde dat G4S op de naleving van de regels onvoldoende had toegezien. Ook voordurende roulatie in de samenstelling van de teams en het wijzen op de regels was onvoldoende. Een werknemer, die zelf de screenings- en opleidingsprocedure van G4S heeft doorlopen en aldus daarvan op de hoogte is, is volgens het Hof in de dagelijkse praktijk geneigd op zijn/of haar collega te vertrouwen. Bovendien hanteerde G4S ten tijde van het incident “30 gouden regels”, zodat de kans bestond dat onvoldoende duidelijk was dat de regel ter zake van het “vier-ogen principe” en de “dubbele telling” prioriteit had. Gelet hierop vond het Hof (en eerder de kantonrechter) alleen schending van de gouden regel(s) niet roekeloos. De gedraging kan hooguit een kans op het ontstaan van fraude betekenen. Ook woog het Hof de korte tijd, die in de praktijk voor het vullen van de automaat beschikbaar was, mee bij de vraag of de werknemers zich van het gestelde roekeloze karakter bewust zijn geweest. Het beroep op onrechtmatige daad achtte het Hof ook onvoldoende zodat de vordering van G4S werd afgewezen.