Huurder die via Airbnb verhuurt moet woning verlaten

Rechtbank Amsterdam heeft op 22 oktober 2014 bepaald dat een huurder, die zijn woning via Airbnb als shortstay verhuurt aan toeristen, wanprestatie pleegt en zijn woning moet verlaten.

De huurder huurde sinds 1 maart 2004 een woning voor € 1.311,17 per maand. In de huurovereenkomst en de algemene bepalingen is overeengekomen dat de huurder– zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder – niet bevoegd is het gehuurde geheel of gedeeltelijk in huur, onderhuur of gebruik aan derden af te staan, daaronder begrepen het verhuren van kamers en het verlenen van pension (..)

Eerder, bij vonnis van de kantonrechter van 4 december 2013, was de huurder al veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van € 1.309,69 met rente en kosten.

Overlast

De verhuurder had later opnieuw een huurachterstand laten ontstaan. Ook had de huurder zijn woning onderverhuurd aan toeristen via Airbnb. Omwonenden ondervonden hiervan overlast, zoals geluidsoverlast en lekkage als gevolg van het laten overlopen van het bad.

De rechtbank oordeelde dat vast staat dat de huurder zijn woning te huur had aangeboden o.a. via Airbnb:

‘Uit afdrukken van de website blijkt dat de huurder zowel een appartement op 2-hoog als op 3-hoog heeft aangeboden, de één voor £ 125 en £ 146 per nacht. Uit de bij de advertentie geplaatste beoordelingen volgt dat het appartement op 2-hoog reeds in januari 2013 (of kort daarvoor) en vervolgens in februari en maart 2014 meerdere keren is verhuurd aan toeristen. Daarnaast blijkt uit de producties dat met de appartementen op 2-hoog en 3-hoog op een Franse en een Duitse website is geadverteerd in het kader van korte (onder)verhuur’.

Tekortkoming

Dit was volgens de rechtbank in strijd met de algemene bepalingen van de huurovereenkomst.

‘Nu het commerciële, telkens kortdurende verhuur aan toeristen betreft, waarvoor de huurder een in vergelijking met de feitelijke huurprijs (zeer) hoge huurprijs in rekening brengt, kwalificeert de onderverhuur als een zodanige tekortkoming dat voorshands geoordeeld wordt dat deze tekortkoming in een bodemprocedure zal leiden tot een ontbinding van de huurovereenkomst’, aldus de rechtbank.

Om die reden werd de ontruiming toegewezen, waarbij de huurder een termijn van een maand kreeg om het gehuurde te ontruimen.

Conclusie

Ook al is verhuur voor korte duur (shortstay) door gemeente Amsterdam onder voorwaarden toegelaten, betekent dit nog niet dat ook een huurder dit zomaar mag doen. Daar is toestemming van de eigenaar/verhuurder voor nodig. Het ontbreken van toestemming kan leiden tot ontruiming van de woning.

Winstafdracht

Overigens kwam deze huurder er nog goed vanaf. Gerechtshof Amsterdam heeft op 28 januari 2014 bepaald dat de eigenaar bij verboden onderverhuur ook nog eens recht heeft op afdracht van de door de huurder gemaakte winst, ongeacht of het hier gaat om een woningbouwvereniging of een commerciële eigenaar. Huurders die hun woning via Airbnb willen verhuren en daar geen toestemming voor hebben zijn dus gewaarschuwd!

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.