Groepslid aansprakelijk voor mishandeling door ander

Rechtbank Noord-Holland heeft op 4 september 2013 geoordeeld dat 4 jongens ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schade als gevolg van gepleegde mishandeling, ook al had maar één van jongens uit die groep (van 6) geslagen. De rechtbank oordeelde dat het voor de aansprakelijkheid tegenover het slachtoffer en de bijdrageplicht niet uitmaakt wie van de groep het slachtoffer heeft geslagen.

Openlijke geweldpleging

Uit de aangifte bleek dat de groep jongens om het slachtoffer heen ging staan en dat het slachtoffer door een of twee jongens werd geslagen. Daarbij werden voortanden uitgeslagen.

Politierechter

De 4 gedaagden waren bij vonnis van de politierechter veroordeeld voor openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen betrokkene tot werkstraffen en voorwaardelijke gevangenisstraffen. Daarnaast was de civiele vordering van het slachtoffer als benadeelde partij toegewezen tot € 1.500,–.

Eis

In de procedure bij de rechtbank vorderde het slachtoffer € 19.400,– aan tandheelkundige kosten, € 503,38 aan overige schade, € 1.191,59 aan kosten medische informatie en medisch advies en buitengerechtelijke kosten.

Vuistslag

De daders voerden aan dat er pas sprake zou kunnen zijn van (groeps)aansprakelijkheid bij een bewust gezamenlijk optreden, een gemeenschappelijk handelen in bewuste samenhang. Daar zou geen sprake van zijn geweest omdat de vuistslag van een van hen uit het niets kwam en voor de rest van de groep totaal onverwacht was. Hiervoor kunnen degenen die niet geslagen hebben, niet verantwoordelijk worden gehouden.

Onrechtmatige daad

De rechtbank oordeelde dat het vonnis van de politierechter, waarbij mishandeling in vereniging gepleegd bewezen werd geacht, bindend is tussen partijen. Door dit vonnis is komen vast te staan dat de daders door het plegen van openlijk geweld een onrechtmatige daad hebben gepleegd jegens het slachtoffer. Op grond daarvan oordeelde de rechtbank dat het verweer dat er geen sprake zou zijn geweest van handelen in groepsverband, moet worden verworpen. Hetzelfde geldt voor het verweer dat een van de daders niet verantwoordelijk is voor de geleden schade, omdat hij geen aandeel zou hebben gehad in het openlijk geweld tegen het slachtoffer.

‘Uitgangspunt bij groepsaansprakelijkheid is dat indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien de gedragingen hen kan worden toegerekend’.

Daarbij achtte de rechtbank niet van belang wie er van de groep had geslagen: ‘[gedaagden] moeten daarom in gelijke delen in de schadevergoeding bijdragen’.

Schade

De kantonrechter meende dat het slachtoffer met het overleggen van medische rapporten voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van het openlijk geweld door gedaagden gepleegd blijvend tandheelkundig letsel heeft geleden, waardoor de beschadigde voortanden binnenkort verloren zullen gaan en dat het plaatsen van implantaten nodig is. ‘Hetzelfde geldt voor de stellingen van [eiser] dat de behandeling van dit gebitsletsel inhoudt dat (herhaalde) vervanging van de implantaten op termijn noodzakelijk is’.

De gevorderde letselschade achtte de rechtbank te behoren tot de ‘kenmerkende gevolgen van de onderhavige normschending’. De kantonrechter hield geen rekening met de mogelijkheid dat een deel van de tandheelkundige kosten eventueel kan worden vergoed door een verzekeraar, ‘nu het aan [eiser] is of hij zijn tandheelkundige kosten declareert bij de verzekering. Terecht heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld dat het niet zo kan zijn dat zij meeprofiteren van de door hem afgesloten en bekostigde verzekering en dat hij eventuele aan hem uitgekeerde schadevergoedingen zal moeten betalen aan zijn verzekeraar indien hij tandheelkundige kosten zou claimen’.

De slotsom was dat de dader € 20.465,07 moet betalen.

Conclusie

Artikel 6:166 BW bepaalt dat als een onrechtmatige daad is gepleegd door een groep personen, ieder van de groep hoofdelijk aansprakelijk is voor de gehele schade. Deze persoon wordt geacht zelf het aandeel op de overige groepsleden te verhalen. Niet hoeft te worden aangetoond dat het lid van de groep ook daadwerkelijk de schade heeft veroorzaakt. Voldoende is om aan te tonen dat de kans op het veroorzaken van schade door het gedrag van de groep, de persoon had moeten weerhouden deel te nemen aan de groepsgedragingen.

Ouders van kinderen onder de 14 jaar zijn alleen aansprakelijk voor schade die het eigen kind heeft veroorzaakt.

Ook derden, zoals verzekeraars en gemeenten die schade van derden overnemen, kunnen een beroep doen op dit artikel.

Door de strafrechtelijke veroordeling van verschillende personen voor hetzelfde feit, namelijk ‘openlijk in vereniging gepleegd geweld’ was het bewijs van samenhang al geleverd. De rechtbank kon daardoor vrij eenvoudig beslissen dat ieder lid van de groep, dus ook degenen die niet hebben geslagen, aansprakelijk zijn voor de financiële gevolgen van de mishandeling. Die gevolgen waren aanzienlijk.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.