Geen ontbinding ondanks inschakelen reintegratiebedrijf

Sector kanton Rechtbank Utrecht heeft op 22 maart 2013 een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst, ingediend na afloop van de periode van de loonsanctie (1 jaar), afgewezen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever.

De kantonrechter overwoog dat de re-integratie 1ste spoor slechts korte tijd heeft geduurd en pas zeer laat is opgestart en dat de activiteiten ook in omvang beperkt zijn te noemen: ‘Door uitsluitend bestaande vacatures in aanmerking te nemen, terwijl [verweerder] juist op passend gemaakte werkzaamheden aangewezen was, en geen actieve bemiddelende rol te vervullen, heeft LdH zich onvoldoende van haar re-integratieverplichting gekweten’.

Ook de inspanningen op het 2e spoor waren volgens de kantonrechter onvoldoende:

‘De re-integratie 2de spoor, die reeds vroeg is ingezet, kenmerkt zich evenzeer door een te beperkte betrokkenheid van LdH bij de externe oriëntatie van [verweerder]. Kennelijk achtte LdH dat zij in de nakoming van haar verplichting heeft kunnen volstaan met het inschakelen van re-integratiebureau’s. Dit uitgangspunt is onjuist. Van een werkgever wordt een daadwerkelijke actieve, ondersteunende en bemiddelende rol verwacht … Juist vanwege de kwetsbare situatie waarin [verweerder] verkeerde, had van LdH en actieve bemiddelende rol verwacht mogen worden. Dat LdH zich van die taak gekweten heeft is niet gebleken’.

Het verzoek tot ontbinding is afgewezen omdat voldoende is komen vast te staan dat [verweerder] een verdiencapaciteit heeft en niet gebleken is dat deze verdiencapaciteit door een actief bemiddelende rol van LdH en een constructieve en reële opstelling van [verweerder], niet binnen een redelijke termijn bij een andere werkeenheid van LdH op een voor [verweerder] passende en van LdH redelijkerwijs te vergen wijze benut kan worden. Dit betekent dat van de door LdH gestelde verandering van omstandigheden, te weten: het ontbreken van een realistisch perspectief op werkhervatting binnen 26 weken, niet gebleken is.

Uit deze uitspraak blijkt dat niet te snel moet worden aangenomen dat een werkgever aan de re-integratieverplichting heeft voldaan, óók als een extern re-integratiebureau in de arm is genomen.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.