Doorwerken na stage: geen arbeidsovereenkomst

Gerechtshof Amsterdam heeft op 14 oktober 2014 geoordeeld dat een stagiaire die werkzaam was in de kinderopvang en die na afloop van een stageovereenkomst door had gewerkt, niet automatisch een arbeidsovereenkomst heeft.

Geen schriftelijke overeenkomst

Betrokkene en Zonnehoekje hadden een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten op grond waarvan de stagiaire in dienst is getreden als pedagogisch medewerker. Het ging om een zogenoemde Beroeps Begeleidende Leerwegplek (‘BBL-plek’), waarbij de stagiaire in het kader van haar opleiding een leerstage volgde bij Zonnehoekje. Tijdens de proeftijd is die arbeidsovereenkomst in overleg beëindigd omdat de stagiaire zwanger was. Vervolgens heeft de stagiaire in de periode 17 januari 2011 tot 12 december 2011 opnieuw gewerkt bij Zonnehoekje. Partijen hebben hiervoor geen schriftelijke overeenkomst gesloten. De stagiaire heeft geen betaling ontvangen voor haar werkzaamheden in deze periode en vorderde voor die laatste periode een verklaring voor recht dat er tussen haar en Zonnehoekje een arbeidsovereenkomst bestaat en betaling van salaris ten bedrage van € 679,= bruto per maand.

Geen betalingsafspraken

De kantonrechter overwoog dat partijen geen schriftelijke overeenkomst hadden gesloten en geen betalingsafspraken hadden gemaakt. Ook had de stagiaire geen loon ontvangen. Daarmee was er volgens de kantonrechter niet voldaan aan de vereisten voor een arbeidsovereenkomst.

Bewijs

In hoger beroep kwam het Hof tot hetzelfde oordeel. De stagiaire moest aantonen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. De stagiaire had zich daarvoor beroepen op een aantal e-mailberichten van Zonnehoekje. Het Hof oordeelde dat daaruit niet kon worden afgeleid dat de stagiaire haar werkzaamheden zou gaan verrichten krachtens een arbeidsovereenkomst. Ook was er geen enkel e-mailbericht van de kant van de stagiaire waaruit blijkt dat zij zich op het standpunt stelde dat zij een arbeidsovereenkomst had en aanspraak maakte op betaling van loon.

Gedragingen

Het Hof concludeerde dat de stagiaire in de periode van 17 januari tot 1 mei 2011 uitsluitend als stagiaire werkzaam was geweest en niet krachtens een arbeidsovereenkomst. Dat bleek volgens het Hof ook uit de wijze waarop de stagiaire zich gedurende die periode heeft gedragen: op de dagen waarop zij was ingeroosterd was zij slechts vier maal daadwerkelijk verschenen op het werk, ‘veelal zonder enig bericht’.

Aanwijzingen

Verder overwoog het hof dat het een feit van algemene bekendheid is dat ook voor vrijwilligers bepaalde regels gelden omdat een organisatie zonder het bestaan en de handhaving van dergelijke regels nu eenmaal niet kan functioneren. Het bestaan van die regels duidde dus ook niet op het bestaan van een arbeidsovereenkomst.

Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter.

Conclusie

De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst is, waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten (art. 7:610 BW). Er zijn dus 3 voorwaarden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst: arbeid, loon en gezagsverhouding. Is aan al deze gestelde vereisten voldaan, dan geldt de werkverhouding tussen de betrokkenen als een arbeidsovereenkomst, ongeacht wat er verder is overeengekomen. Aan de tweede en derde voorwaarde werd in dit geval niet voldaan zodat aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet werd toegekomen.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.