Arbeidscontract onbepaalde tijd: geen garantie tot 65e

Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 26 februari 2013 bepaald dat bij de bepaling van schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, niet als uitgangspunt geldt dat een arbeidsovereenkomst, die is aangegaan voor onbepaalde tijd, in beginsel duurt tot het 65e levensjaar.

Valse reden voor de opzegging

Eerder was al overwogen dat de werkgever bij het ontslag een valse reden voor de opzegging had gegeven waardoor deze aansprakelijk was voor door de werknemer geleden loonschade.

Schade maximaal 5 jaar

De werknemer had gesteld dat zij door het niet terechte ontslag (en daarmee kennelijk onredelijke opzegging) tot aan haar 65e levensjaar schade zou lijden van meer dan € 800.000,- bruto. Het Hof overwoog echter dat de kans dat zij tot haar 65e bij de werkgever in dienst zou blijven, mede gezien het gerezen conflict tussen partijen, ‘niet zo bijster groot was’ en beperkte de schade tot maximaal 5 jaar inkomen:

‘Met de hiervoor aangegeven uitgangspunten en gegeven de door [appellante] gestelde schade overweegt het hof als volgt. Gezien de leeftijd en ervaring van [appellante] kan niet worden gezegd dat de begroting van de schade als geformuleerd door [appellante] reëel te noemen is. [appellante] kan immers gezien haar leeftijd en de aard van het werk redelijkerwijs niet verwachten dat de arbeidsovereenkomst, die is aangegaan voor onbepaalde tijd, in beginsel duurt tot het 65e levensjaar. Een werknemer dient er in zijn algemeenheid rekening mee te houden dat er een reeks van omstandigheden bestaat, die maakt dat enige onzekerheid over de werkelijke duur van een arbeidsovereenkomst als een economisch gegeven moet worden aangemerkt. Dat daarbij de oorzaken kunnen liggen in de risicosfeer van de betrokkene zelf dan wel in de sfeer van de werkgever maakt dat niet anders. Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd vormt geen garantie voor een levenslange dienstbetrekking. Het hof gaat er daarbij vanuit dat voor de begroting van de schade als gevolg van een (uiteindelijk) gerechtvaardigde opzegging van de arbeidsovereenkomst in gevallen als deze mede gelet op de duur van het dienstverband een periode van maximaal vijf jaar in aanmerking kan worden genomen. Die tijd moet niet alleen voldoende geacht worden om een werknemer als [appellante] de gelegenheid te geven elders werkzaamheden te vinden al dan niet tegen een min of meer gelijk inkomen, maar daarin moet in het algemeen ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een werkgever haar begrenzing vinden. In dat licht bezien neemt het hof de door [appellante] gemaakte berekening van de schade over de periode vanaf 1 februari 2008 tot 1 februari 2013 in aanmerking, nu deze berekening als zodanig door Rolduc niet is bestreden’.